Getallen: Breuken
Het omgekeerde
Omkeren van breuken
Als we in de breuk #\tfrac{2}{3}# de teller en de noemer omwisselen, krijgen we #\tfrac{3}{2}#. We zien nu dat: \[\tfrac{2}{3} \times \tfrac{3}{2} =\tfrac{6}{6} = 1\]
In het algemeen geldt:
Twee getallen heten elkaars omgekeerde als hun product #1# is.
Voorbeelden
\begin{array}{rcrcr}\tfrac{3}{5} &\times& \tfrac{5}{3} &=& 1\\\tfrac{1}{10} &\times& 10 &=& 1\\-\tfrac{4}{3} &\times& -\tfrac{3}{4} &=& 1\end{array}
#{{28}\over{25}}#
Als we de breuk #{{25}\over{28}}# omkeren vinden we #{{28}\over{25}}#. Ter controle vermenigvuldigen we de getallen en controleren we of het product gelijk is aan #1#.
\[{{25}\over{28}} \times {{28}\over{25}}=1\]
Dus het omgekeerde van #{{25}\over{28}}# is #{{28}\over{25}}#.
Als we de breuk #{{25}\over{28}}# omkeren vinden we #{{28}\over{25}}#. Ter controle vermenigvuldigen we de getallen en controleren we of het product gelijk is aan #1#.
\[{{25}\over{28}} \times {{28}\over{25}}=1\]
Dus het omgekeerde van #{{25}\over{28}}# is #{{28}\over{25}}#.
Ontgrendel volledige toegang
Toegang voor leraar
Vraag een demo account aan. Wij helpen je graag op weg met onze digitale leeromgeving.