Getallen: Breuken
Het omgekeerde
Omkeren van breuken
Als we in de breuk #\tfrac{2}{3}# de teller en de noemer omwisselen, krijgen we #\tfrac{3}{2}#. We zien nu dat: \[\tfrac{2}{3} \times \tfrac{3}{2} =\tfrac{6}{6} = 1\]
In het algemeen geldt:
Twee getallen heten elkaars omgekeerde als hun product #1# is.
Voorbeelden
\begin{array}{rcrcr}\tfrac{3}{5} &\times& \tfrac{5}{3} &=& 1\\\tfrac{1}{10} &\times& 10 &=& 1\\-\tfrac{4}{3} &\times& -\tfrac{3}{4} &=& 1\end{array}
#{{27}\over{14}}#
Als we de breuk #{{14}\over{27}}# omkeren vinden we #{{27}\over{14}}#. Ter controle vermenigvuldigen we de getallen en controleren we of het product gelijk is aan #1#.
\[{{14}\over{27}} \times {{27}\over{14}}=1\]
Dus het omgekeerde van #{{14}\over{27}}# is #{{27}\over{14}}#.
Als we de breuk #{{14}\over{27}}# omkeren vinden we #{{27}\over{14}}#. Ter controle vermenigvuldigen we de getallen en controleren we of het product gelijk is aan #1#.
\[{{14}\over{27}} \times {{27}\over{14}}=1\]
Dus het omgekeerde van #{{14}\over{27}}# is #{{27}\over{14}}#.
Ontgrendel volledige toegang
Toegang voor leraar
Vraag een demo account aan. Wij helpen je graag op weg met onze digitale leeromgeving.